Twintig jaar na de Val van de Berlijnse Muur is de kaart van Europa grondig hertekend. Visionair De Gaulle had het in volle Koude Oorlog reeds over een onafhankelijk Europa van de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral. De Grote Sprong Voorwaarts bij de toetreding van de oude Sovjet-satellietstaten, maakte deze droom waar. Dit project werd echter niet zonder enige moeite gerealiseerd. Aangezien de EU in eerste instantie een economische unie vormt, zijn hier naast politieke ook vele economische barrières mee doorbroken.

EU-uitbreiding 2004
Economische tienjarenplannen
Als reactie op het verdwijnen van het Ijzeren Gordijn en met het oog op mogelijke integratie van Centraal- en Oost-Europese landen (COEL), richtte de EU eerst het Phare-programma op dat noodhulp en beperkte gunstmaatregelen leverde aan deze staten. Vervolgens werden economische en politieke toetredingsvoorwaarden vastgelegd in de Kopenhagen-criteria, Agenda 2000 en de conservatieve Europa-akkoorden.
Hoewel uit toetredingen uit het verleden was gebleken dat migratie slechts beperkt plaatsvond, vreesden Bolkestein en vele andere Europese politici de komst van de “Poolse loodgieter”. Een economische overgangsfase werd voorbereid waarin de vijf COEL zich dienden aan te passen aan regelgeving en slechts in beperkte mate konden genieten van verbeterde handel met de EU-15. Europa had lessen getrokken uit de Duitse eenmaking: na 20 jaar Verenigd Duitsland en 1,2 biljoen euro aan transfers zijn vandaag nog steeds significante verschillen te merken tussen Oost en West; een economische kloof en verschil in mentaliteit maken dat vele Duitsers vandaag opnieuw verlangen naar een leven achter de Muur.
In de jaren ’90 plukten voornamelijk de oude lidstaten de vruchten van de florisserende handel met Oost-Europa en werden weinig competitieve EU-sectoren afgeschermd. Uit econometrisch onderzoek bleek dat vooral landen met veel kleine ondernemingen en hoge loonkosten deze toegenomen concurrentie dienden te vrezen. Dit verklaart de aversie die België, als traditioneel KMO-land, uitdroeg met betrekking tot de uitbreiding. Ten gevolge van de crisis en een te hoge arbeidskost, trekken vele West-Europese bedrijven vandaag oostwaarts.
Uiteindelijk bleek de angst voor deze invasie van arbeiders uit het Oosten overdreven. Vijf jaar na de toetreding, zien we dat de taalbarrière één van de voornaamste drempels vormt die massale arbeidsmobiliteit, zoals die in landen als de V.S. wél plaatsvindt, belemmert. Daarnaast heeft de toetreding van de COEL de EU economisch versterkt: dankzij deze groeilanden bezit de Unie nog steeds een overschot op de handelsbalans. Ook op vlak van landbouwbeleid merken we dat de stem van protesterende boeren luider klinkt in landen als België, Frankrijk en Spanje, drie landen uit oud Europa.
Men mag echter niet blind zijn voor de economische malaise in Oost-Europa. De crisis sloeg er wild in het rond: terwijl de Baltische Staten krampachtig hun munt in pariteit met de euro houden, lijden de export-georiënteerde COEL onder hun afhankelijkheid van West-Europese import en de gedaalde internationale handel. De expansiedrift in Oost-Europa tijdens hoogconjunctuur, trok KBC mee in de beursval.
Oost versus West
Ook op politiek vlak was er nood aan bruggenbouwers. Tijdens de Koude Oorlog werden uitbreidingen van de Unie steeds politiek geïnspireerd. Verschillende oude Europese staten, niet enkel in Zuid-Europa maar ook België, stonden weerspannig ten opzichte van de toetreding van deze armere landen. Vele netto-ontvangers, die steeds enkel de voordelen hadden geplukt van het samenwerkingsverbond, zouden plots moeten betalen. België, dat inspeelde op de Frans-Duitse as en versterking verkiest boven uitbreiding, had weinig behoefte aan deze amerikanofiele landen die de regionale en landbouwfondsen zouden plunderen.
Ondanks de zwakke, ondersteunende Verdragen van Amsterdam en Nice, die de uitbreiding dienden voor te bereiden, was deze ‘Grote Sprong Voorwaarts’ noodzakelijk. Europa koos er uiteindelijk voor niet enkel de vijf oorspronkelijke COEL, maar daarnaast ook de drie Baltische Staten, Malta en Cyprus toe te laten. Had men deze toetreding tot EU en NAVO toen niet gerealiseerd, dan had een opnieuw rechtkrabbelende Rusland de COEL en de Baltische Staten mogelijk opnieuw binnen haar invloedssfeer geplaatst en de EU als wereldspeler gemarginaliseerd.
Voor de politieke slagkracht van de EU is deze uitbreiding naar een economische krachtpatser met 500 miljoen inwoners een belangrijke troef. Anderzijds dient opgemerkt te worden dat deze nieuwe leden erg sceptisch staan ten opzichte van het Europees institutionalisme en haar democratisch gehalte. Meer dan eens vergeleek Tsjechisch president Vaclav Klaus de EU met de voormalige Sovjet-Unie. Met een verdubbeling van het aantal leden op minder dan tien jaar tijd, is het voor de Europese Club daarnaast ook erg belangrijk de besluitvorming te stroomlijnen. Dit dient een einde te maken aan confrontaties zoals deze op de Europese top in Brussel waar de oude en nieuwe lidstaten opnieuw lijnrecht tegenover elkaar staan en waar het steeds zwaarder wordt de violen gelijk te stemmen.
Naar: Faucompret, E. (1999), The integration of Central and Eastern Europe in the European Union









