Feeds:
Berichten
Reacties

Twintig jaar na de Val van de Berlijnse Muur is de kaart van Europa grondig hertekend. Visionair De Gaulle had het in volle Koude Oorlog reeds over een onafhankelijk Europa van de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral. De Grote Sprong Voorwaarts bij de toetreding van de oude Sovjet-satellietstaten, maakte deze droom waar. Dit project werd echter niet zonder enige moeite gerealiseerd. Aangezien de EU in eerste instantie een economische unie vormt, zijn hier naast politieke ook vele economische barrières mee doorbroken.

 

EU-uitbreiding 2004

EU-uitbreiding 2004

 

 

Economische tienjarenplannen

Als reactie op het verdwijnen van het Ijzeren Gordijn en met het oog op mogelijke integratie van Centraal- en Oost-Europese landen (COEL), richtte de EU eerst het Phare-programma op dat noodhulp en beperkte gunstmaatregelen leverde aan deze staten. Vervolgens werden economische en politieke toetredingsvoorwaarden vastgelegd in de Kopenhagen-criteria, Agenda 2000 en de conservatieve Europa-akkoorden.

Hoewel uit toetredingen uit het verleden was gebleken dat migratie slechts beperkt plaatsvond, vreesden Bolkestein en vele andere Europese politici de komst van de “Poolse loodgieter”. Een economische overgangsfase werd voorbereid waarin de vijf COEL zich dienden aan te passen aan regelgeving en slechts in beperkte mate konden genieten van verbeterde handel met de EU-15. Europa had lessen getrokken uit de Duitse eenmaking: na 20 jaar Verenigd Duitsland en 1,2 biljoen euro aan transfers zijn vandaag nog steeds significante verschillen te merken tussen Oost en West; een economische kloof en verschil in mentaliteit maken dat vele Duitsers vandaag opnieuw verlangen naar een leven achter de Muur.

In de jaren ’90 plukten voornamelijk de oude lidstaten de vruchten van de florisserende handel met Oost-Europa en werden weinig competitieve EU-sectoren afgeschermd. Uit econometrisch onderzoek bleek dat vooral landen met veel kleine ondernemingen en hoge loonkosten deze toegenomen concurrentie dienden te vrezen. Dit verklaart de aversie die België, als traditioneel KMO-land, uitdroeg met betrekking tot de uitbreiding. Ten gevolge van de crisis en een te hoge arbeidskost, trekken vele West-Europese bedrijven vandaag oostwaarts.

Uiteindelijk bleek de angst voor deze invasie van arbeiders uit het Oosten overdreven. Vijf jaar na de toetreding, zien we dat de taalbarrière één van de voornaamste drempels vormt die massale arbeidsmobiliteit, zoals die in landen als de V.S. wél plaatsvindt, belemmert. Daarnaast heeft de toetreding van de COEL de EU economisch versterkt: dankzij deze groeilanden bezit de Unie nog steeds een overschot op de handelsbalans. Ook op vlak van landbouwbeleid merken we dat de stem van protesterende boeren luider klinkt in landen als België, Frankrijk en Spanje, drie landen uit oud Europa.

Men mag echter niet blind zijn voor de economische malaise in Oost-Europa. De crisis sloeg er wild in het rond: terwijl de Baltische Staten krampachtig hun munt in pariteit met de euro houden, lijden de export-georiënteerde COEL onder hun afhankelijkheid van West-Europese import en de gedaalde internationale handel. De expansiedrift in Oost-Europa tijdens hoogconjunctuur, trok KBC mee in de beursval.

Oost versus West

Ook op politiek vlak was er nood aan bruggenbouwers. Tijdens de Koude Oorlog werden uitbreidingen van de Unie steeds politiek geïnspireerd. Verschillende oude Europese staten, niet enkel in Zuid-Europa maar ook België, stonden weerspannig ten opzichte van de toetreding van deze armere landen. Vele netto-ontvangers, die steeds enkel de voordelen hadden geplukt van het samenwerkingsverbond, zouden plots moeten betalen. België, dat inspeelde op de Frans-Duitse as en versterking verkiest boven uitbreiding, had weinig behoefte aan deze amerikanofiele landen die de regionale en landbouwfondsen zouden plunderen.

Ondanks de zwakke, ondersteunende Verdragen van Amsterdam en Nice, die de uitbreiding dienden voor te bereiden, was deze ‘Grote Sprong Voorwaarts’ noodzakelijk. Europa koos er uiteindelijk voor niet enkel de vijf oorspronkelijke COEL, maar daarnaast ook de drie Baltische Staten, Malta en Cyprus toe te laten. Had men deze toetreding tot EU en NAVO toen niet gerealiseerd, dan had een opnieuw rechtkrabbelende Rusland de COEL en de Baltische Staten mogelijk opnieuw binnen haar invloedssfeer geplaatst en de EU als wereldspeler gemarginaliseerd.

Voor de politieke slagkracht van de EU is deze uitbreiding naar een economische krachtpatser met 500 miljoen inwoners een belangrijke troef. Anderzijds dient opgemerkt te worden dat deze nieuwe leden erg sceptisch staan ten opzichte van het Europees institutionalisme en haar democratisch gehalte. Meer dan eens vergeleek Tsjechisch president Vaclav Klaus de EU met de voormalige Sovjet-Unie. Met een verdubbeling van het aantal leden op minder dan tien jaar tijd, is het voor de Europese Club daarnaast ook erg belangrijk de besluitvorming te stroomlijnen. Dit dient een einde te maken aan confrontaties zoals deze op de Europese top in Brussel waar de oude en nieuwe lidstaten opnieuw lijnrecht tegenover elkaar staan en waar het steeds zwaarder wordt de violen gelijk te stemmen.

Naar: Faucompret, E. (1999), The integration of Central and Eastern Europe in the European Union

Bijna 200 jaar nadat Saint-Simon zijn “Projet Européen” op het Congres van Wenen voorstelde, 70 jaar na het uitbreken van de tweede wereldoorlog en 20 jaar na de hereniging van Oost en West, schakelt het Europese integratieproces opnieuw een versnelling hoger. De ratificatie van het Verdrag van Lissabon worstelt zich doorheen haar laatste hindernissen. Dit moet het voor Europa mogelijk maken als één actor naar voren te treden. In een snel veranderende en geglobaliseerde wereld, waarin de BRIC-landen steeds machtiger en welvarender worden en de Westerse invloed taant, proberen de Europese staten zo hun greep op de wereldpolitiek te behouden.

Eurofederalisme vs. Euroscepticisme

Hoewel de verschillende Europese staten in internationale instellingen als de Wereldbank, het IMF en de VN hun machtspositie uit het koloniaal tijdperk voorlopig grotendeels weten te behouden, dienen politici te beseffen dat versterkte integratie en samenwerking noodzakelijk zijn om een belangrijke speler te zijn én te blijven op het internationaal toneel. In het verleden werden akkoorden steeds met veel moeite bereikt en kende het Europese verhaal tal van pieken en dalen. In België en de Benelux, waar het “Eurofederalisme” sinds de regering-Martens in 1979 hoogtij viert, lijkt men nog steeds een grote voorstander van dit project. In de aanloop van de Europese verkiezingen van 2009, die vooral de geschiedenisboeken in gaan door hun historisch lage opkomst, predikten realist Jean-Luc Dehaene en idealist Guy Verhofstadt beiden de nood aan versterkte integratie en daaruit voortvloeiende voordelen voor België.

De Vlag van de EU

De Vlag van de EU

Diezelfde verkiezingen werden gekenmerkt door de opkomst van anti-Europese partijen, die spuwen op het bonte circus dat elke maand tussen Straatsburg en Brussel pendelt. Politici verliezen zich, zwaaiend met een eis om “Juste Retour”, in 20ste eeuws nationalisme. Op die manier verschijnen steeds meer donkere wolken aan de hemel, die door de 12 Europese sterren wordt gesierd.

Bovendien biedt ook het verleden voldoende voorbeelden van hoe sterk Europa afhankelijk is van binnenlandse, politieke evoluties in de verschillende lidstaten. Zo keerde België, onder Spaak van meet af een groot voorstander van Europa, zich plots tegen het project onder Van Zeeland. Daarnaast vormt de samenwerking tussen Frankrijk en Duitsland, de centrale as waarrond Europa draait, de metronoom die het ritme bepaalt waarmee de Europese integratietrein het station uit raast.

Een Verenigd Europa begint bij de basis

Niettemin moet het in de toekomst mogelijk worden van deze zwakte een voordeel te maken. Gezien het belang van onderlinge relaties, bezit het continent een doorheen de jaren goed onderhouden netwerk aan ambassades en een knappe diplomatie. Zo kan ook het subsidiariteitsbeginsel het cement vormen dat de verschillende lagen van de Europese constructie met elkaar bindt en versterkt. Ondanks de verwachte ratificatie van het verdrag van Lissabon, zal samenwerking steeds nodig blijven; alleen zo kan Europa zonder blozen internationaal als één man naar voor treden.

Toch dient men te beseffen dat een politieke (en militaire) unie niet voor morgen is. Niet enkel politici van grotere Europese staten staan weigerachtig tegenover het afstaan van soevereiniteit: Nederland stemde in 2005 het Verdrag van de Grondwet weg en Tsjechië en Ierland, twee kleinere landen in de uithoeken van de Unie, toonden zich het meest weerspannig ten opzichte van het Verdrag van Lissabon. Hoewel de Unie sinds de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal reeds een lange weg van economische integratie heeft gevolgd, staat de laatste stap in dit proces, de vorming van een politieke unie, nog niet op de agenda.

Lissabon kijkt vooruit

Lissabon kijkt vooruit

Of het verdrag van Lissabon, dat amper afwijkt van het in 2005 geflopte Verdrag van de Grondwet dat het teleurstellende kaderverdrag van Nice moest opvolgen, het Europees integratieproces opnieuw op het juiste spoor zal krijgen en van Europa opnieuw een wereldmacht zal maken, kan enkel de toekomst uitwijzen. Toch is het duidelijk dat het wijken van weerspannige staten in het ratificatieproces, de overvloed aan kandidaatleden en de toenadering die Sarkozy en Merkel tot elkaar zoeken, gecombineerd met de economische heropleving en de groeiende interesse in de euro, van Fort Europa opnieuw een warm nest kunnen maken. Met het Belgisch voorzitterschap in het najaar van 2010 in het vooruitzicht, kan de Europese Unie opnieuw hoogdagen beleven. Enkel de nakende verkiezing van de Britse conservatieven dreigt nog roet in het eten te gooien.

Ondertussen zetelt een president in het Witte Huis die zich oprecht geïnteresseerd toont in Europese politiek. Het Oude Continent dient hier op in te spelen.  België, dat zich op het internationaal toneel belachelijk maakte met de genocidewet en de pralinetop, dient zich te herpakken en samen met de Europese Unie resoluut te kiezen voor één buitenlands beleid. Alleen zo kan de economische reus tot een supermacht uitgroeien.

Naar: “Will the EU Ever Become a Superpower?

De Afghaanse bergen liggen reeds duizenden jaren op een breuklijn van beschavingen: Alexander de Grote vond er zijn bruid, Rome bevocht er de Parthen en China ontwikkelde er de zijderoute. In de 19de eeuw streden Engeland en Rusland er om hegemonie, in de jaren ’80 leidde het land mee tot de ondergang van de Sovjet-Unie en vandaag wappert de Amerikaanse vlag in dit woeste land.

Het spook van de Taliban rammelt opnieuw met haar kettingen

Die vlag wappert echter halfstok. Na een korte periode van verbetering en schijnbaar weerkerende rust, neemt het aantal slachtoffers in bloedige aanslagen opnieuw met rasse schreden toe. De gestegen corruptie onder het regime van president Karzai, die haar hoogtepunt kende in de verkiezingen van augustus 2009, stimuleerde de “reconquista” die de Taliban vanuit Pakistan organiseert. Het volk eet uit de hand die haar voedt. Waar het Amerikaans leger en troepen van VN en NAVO in Afghanistan vooral bekend zijn door de vele burgerslachtoffers, die de toegenomen luchtaanvallen hebben veroorzaakt, maakt de Taliban zich populair met een sterk sociaal systeem en voedselbedelingen.

Afghanistan

Afghanistan

Dat de Taliban daarnaast ook ziekenhuizen bombardeert en angst en verwarring zaait met ontvoeringen en onthoofdingen, lijkt de Afghaanse bevolking niet te deren. Zij wensen van de Amerikaanse bezetter vooral veiligheid, rechtvaardigheid en een verbeterde mobiliteit. Verschillende factoren belemmeren echter het inbrengen van deze waarden. In het binnenland staat de “Civil Society” zwak en ontbreekt het aan een efficiënte en correcte overheid. Daarnaast is de Centraal-Aziatische republiek in een uiterst explosieve regio gelegen. In het noorden kruipt Rusland opnieuw recht, in het Westen loert de immer onvoorspelbare Iraanse president Ahmadinejad en in het oosten hangt een labiele en machteloze Pakistaanse overheid als een zwaard van Damocles boven een weerloos Afghanistan.

Een (on)frisse wind in de Afghaanse hooglanden

In Amerika begint zich ondertussen het buitenlands beleid van Obama op gang te trekken. De president wordt in eigen land onder druk gezet door de “neo-conservatives” om krachtiger in te grijpen op vlak van nationale veiligheid. Rechts Amerika wil grote versterkingen naar Afghanistan sturen. Uit vrees de steun van het Congres te verliezen voor zijn belangrijke hervormingen van gezondheidszorg en klimaatwetten, besliste Obama de strategie voor Afghanistan te herzien.

Dit was nodig. Ondanks het feit dat Afghaans ambassadeur voor de Verenigde Staten Said Jawad beweert dat het Afghaans leger in ijltempo getraind en gemoderniseerd wordt, zorgde een falend strijdplan er mee voor dat Kandahar, na Kaboel de grootste stad van het land, zonder verdediging achterbleef en zo een makkelijke prooi werd voor oprukkende Talibantroepen. Anderzijds mag de prestatie van de Amerikaanse “Intelligence Services” niet geminimaliseerd worden. Deze raken duidelijk beter getraind en slaagden er deze zomer in meer dan de helft van de 20 gezochte al-Qaeda leiders bij de kraag te vatten.

Kapitalisme met een menselijk gezicht

Deze inspanningen kunnen echter geen einde maken aan de negatieve spiraal, wanneer men de symptomen blijft bestrijden in plaats van de oorzaak aan te pakken. Terwijl Obama een atoomvrije wereld promoot, dreigt kernmacht Pakistan namelijk te bezwijken onder een onvermijdelijke “Talibanisering”, wat de regio nog verder destabiliseert, de spanningen met India kan doen escaleren en Afghanistan verder in gevaar brengt. Niet toevallig wisten Taliban-terroristen opnieuw op te rukken uit het Zuiden en Oosten van het land, aan de grens met Pakistan.

Ambassadeur Said Jawad benadrukt dat de aanslagen die door moslimterroristen in Afghanistan gepleegd worden, allesbehalve eigen zijn aan de cultuur van het land. Wanneer Amerika de harten van het volk wil winnen, kan een “Kapitalisme met een menselijk gezicht” soelaas bieden. De burgerbevolking smeekt om economische verbetering en stabiliteit, maar kiest eieren voor haar geld, wanneer de Taliban haar dorpen binnenrijdt. Daarom kiest Generaal Stanley McChrystal vandaag resoluut voor een “strategie van nederigheid”.

Barack Obama en Stanley McCrystal

Barack Obama en Stanley McCrystal

De Amerikaanse Generaal slaat hier de nagel op de kop. Met militair machtsvertoon alleen vallen de Taliban en Afghanistan niet te kalmeren. Dat leerden de Russen al. Obama zal zo zijn rol van meesterdiplomaat en crisismanager goed moeten uitspelen. Amerika moet leren haar troeven uit te spelen: de “Containment” strategie die tegen de Russen haar doel niet miste, kan ook in Afghanistan werken. Zo plant McChrystal vanuit een versterkte positie in de belangrijkste machtsbolwerken in Kaboel en Kandahar een tegenbeweging op te starten om zo de opmars van de Taliban te breken. Gecombineerd met polilaterale diplomatie en aandacht voor de noden van de lokale bevolking, kan deze militaire strategie tot een doorbraak leiden voor de onrustige bergstaat, zeker nu al-Qaeda de strop van financiële moeilijkheden steeds strakker om haar nek voelt spannen. Althans zo klinkt de theorie: tijd voor Amerika’s Diplomaat-President om zijn woorden ook in daden om te zetten.

Naar: “The Search for Solutions in Afghanistan” http://fora.tv/2008/10/24/Said_Tayeb_Jawad_The_Search_for_Solutions_in_Afghanistan

Obama eindigde 2008 met de benoeming tot “Man of the Year” in Time magazine en deed de wereld uitkijken naar een jaar van verandering. In 2009 zou de wereld Amerika opnieuw zien als een tot samenwerking bereide natie die de diplomatie hoogtij laat vieren. Maar in hoeverre is de jonge Amerikaanse president hier in het begin van zijn woelige ambtstermijn in geslaagd? Terwijl de goedkeuring van zijn beleid in het Amerikaans binnenland zienderogen daalt, lijkt internationaal de zwaarste economische crisis in 80 jaar grotendeels bezworen, mede dankzij het baanbrekende economische beleid van de nieuwe president. Ook het charme-offensief dat samen met Secretary of State Hilary Clinton werd opgezet ging niet onopgemerkt voorbij.

Rusland en China

Gezien het toenemend belang van Azië in een wereld na de crisis en de gedeelde economische afhankelijkheid van China en de V.S., zijn goede wederzijdse contacten onontbeerlijk. De Obama administratie zendt echter tegenstrijdige signalen uit: enerzijds wenst ze een constructieve dialoog op te zetten en stelt ze een onderhoud met de Dalai Lama uit om de onderlinge vrede te bewaren, anderzijds tracht de Amerikaanse senaat de economische reus steviger aan te pakken en werd reeds eind januari 2009 gedreigd met diplomatieke sancties. Terwijl vriend en vijand met argusogen toekijken, zoekt Amerika haar plaats in een vernieuwde wereldorde.

Aangezien Amerika vaak moet opboksen tegen een diplomatieke alliantie tussen China en Rusland, zijn ook de contacten met de voormalige vijand uit de Koude Oorlog van primordiaal belang. In een snel veranderende wereld probeert Rusland als grootmacht te herrijzen, terwijl Obama een sterk partnership wil vormen met de heren van Moskou en daarom ook het raketschild in Oost-Europa voor onbepaalde duur in de ijskast plaatste. In het thuisland wordt gevreesd dat Obama, zoals Roosevelt met Stalin na W.O.II, de tweespan Medjedev-Poetin onderschat.

Kostbare evenwichten

Een goede relatie met deze twee BRIC-landen is onlosmakelijk verbonden met het Midden-Oosten, waar Obama zich verwikkeld ziet in twee netelige oorlogen, een zware erfenis van de Bush administratie. In Washington beseft men dat een goede relatie met de buurlanden van cruciaal belang is wanneer men Afghanistan stabiliteit wil brengen. Zoals aangekondigd tijdens Obama’s verkiezingscampagne, zal deze oorlog er één van lange adem worden. Van de beloofde steun voor economische ontwikkeling in arme Afrikaanse en Aziatische landen is echter nog weinig te merken.

Ook aan de oorlog in Irak lijkt niet onmiddellijk een einde te komen. Ondanks zijn verkiezingsbeloftes, staat Obama niet langer achter een snelle terugtrekking. Hij verkiest het land geleidelijk te verlaten, wederom bouwend op regelmatig diplomatiek overleg met de buurlanden. Daarnaast lijkt ook de, in de eerste dagen van zijn ambtstermijn beloofde, sluiting van Guantanamo in het gedrang te komen. Ondanks zijn idealisme en goede bedoelingen, zorgt Obama’s wispelturigheid ervoor dat hij zowel aan linker- als aan rechterzijde de steun in eigen land verliest. Het Amerikaanse volk wil “Realpolitik” en de vergelijking met president Carter klinkt steeds luider. Zeven jaar na de Amerikaanse oud-president won ook Barack Obama de nobelprijs voor de vrede.

Barack Obama wint de Nobelprijs voor de Vrede 2009

Barack Obama wint de Nobelprijs voor de Vrede 2009

Ook in het Israëlisch-Palestijns conflict zijn akkoorden en vrede nog veraf. Obama lijdt zowel onder interne als externe omstandigheden: thuis dient hij de beloftes aan de joodse lobby uit zijn verkiezingscampagne recht aan te doen, maar ondertussen grepen extremisten aan beide kanten van het conflict de macht. Ergo lijken opgestarte onderhandelingen en diplomatie meer kwaad dan goed te doen.

De uitzichtloosheid van dit conflict heeft de hele regio van het Midden-Oosten in een houdgreep. Zoals beloofd in 2008, biedt Obama Ahmadinejad, de immer onvoorspelbare president van Iran vandaag een partnerschap aan. De Amerikaanse president kent het aandeel dat dit land houdt in de stabiliteit van de regio, maar controversiële uitspraken van de Iraanse president op internationale conferenties en openlijke experimenten met nucleaire energie doen steeds meer stof opwaaien, wat ook Obama in een lastig parket brengt.

Obama, die via internationale samenwerking tot een algeheel kernwapenverbod wenst te komen, beseft dat de nucleaire ambities van Iran en Noord-Korea de nationale veiligheid bedreigen. Hoewel hij in de zomer van 2009 in een interview met Gorbatsjov een groeiende bewegin in de richting van een kernwapenvrije wereld beklemtoonde, zit de situatie vandaag muurvast. Ook hier hoopt Obama met economische steun en constructieve diplomatie het isolement te verbreken. Vraag blijft echter of zijn woorden zwaar genoeg wegen.

Ondertussen in Brussel…

Air Force One

Air Force One

Ondertussen wordt vanop het Oude Continent sceptisch toegekeken hoe het zwaartepunt van de Amerikaanse diplomatie verder naar het Oosten verschuift. In Parijs, Londen en Berlijn doven de lichten, terwijl Air Force One van Moskou naar Peking reist. Het pad van de diplomatie is lang, smal en vol gevaren. Ondertussen pakken donkere wolken echter samen boven het Witte Huis: Obama kiest er voor de Gordiaanse Knopen te ontwarren in plaats van door te hakken, maar zijn tijd tikt.

Naar: “Barack Obama vs. John McCain, “Barack Obama en het Buitenland” en “Het buitenlands beleid van Barack Obama”, Faucompret, 2008-2009

Met Vladimir Poetin lijkt Rusland over een nieuwe tsaar te beschikken. Minder dan tien jaar na de val van het voormalige Sovjet-rijk, keerde een Russische regeringsleider het Westen opnieuw de rug toe. Net zoals Nicolaas I een einde had gesteld aan het pro-westers beleid van zijn voorgangster Catharina de Grote, verkoos Poetin een volledig verschillend beleid waarbij hij inspeelde  op de frustraties van het volk.  Zo behaalde de ex-KGB-agent de ene verkiezingsoverwinning na de andere.

De Russische beer staat weer op

Tot groot plezier van de Russische bevolking, stelde Poetin paal en perk aan internationale vernederingen en politieke chaos. Baanbrekende economische hervormingen maakten het land tot een waar Wirtschaftswunder. Rusland dankt echter veel aan haar rijkdom aan olie en grondstoffen, waarmee het ook het energiedorstige China, dé supermacht van de 21ste eeuw, onder druk kan zetten.

Ook op vlak van buitenlands beleid brult de Russische beer luider dan ooit tevoren. Het omsingelingscomplex dat na de val van de Berlijnse Muur waarheid leek te worden, bracht Poetin ertoe de touwtjes opnieuw strak in handen te nemen. De oorlog in Georgië moest Amerika duidelijk maken dat aan de Russische invloedssfeer niet getornd wordt. De “Clash of Civilisations” die aan het eind van de 20ste eeuw afgekoeld was, barstte weer in alle hevigheid los.

De Russische Beer

Kan de Russische Beer nog klauwen?

Tekenend voor deze koersverandering in internationale betrekkingen, is de teruggekeerde machteloosheid van de VN. Waar de slagkracht van het samenwerkingsorgaan in de loop van de jaren ’90 enigzins verbeterd was, dankzij het wegvallen van de polariteit tussen Rusland en de VS, betekende het aantreden van Poetin als president het einde van deze periode van dooi. Door het arrogante gedrag van het Westen dat in internationale conflicten vaak met twee maten en twee gewichten werkt, keert de Russische eerste minister zich af van de internationale politiek en diplomatiek overleg. Met de oliekraan in handen, beschikt Rusland bovendien over een sterke troef waarmee het een belangrijke vinger in de pap van de Europese politiek kan houden.

Ondanks het feit dat hij op het internationaal toneel graag de spierballen laat rollen, lijkt dit gedrag voor Poetin steeds meer een uitweg uit het sociaal onrustige binnenland, waar Ivan met de pet lijdt onder de sociale repressie van zijn autoritair beleid.

De Russische beer wordt grijs

Pokrovkathedraal aan het Rode Plein tegenover het Kremlin

Pokrovkathedraal aan het Rode Plein tegenover het Kremlin

Dit beleid stoelt echter op twee wegzakkende funderingen: een weinig gemotiveerd en verouderd leger naast een verpauperd volk dat niet mee kan genieten van de vergaarde economische rijkdommen en steeds meer persoonlijke vrijheden dient op te geven.Op die manier vertoont Rusland twee gezichten. Ondanks Poetins verkiezingsbeloftes, neemt de corruptie namelijk opnieuw een hoge vlucht. Een kleine groep oligarchen profiteert van Ruslands olierijkdommen en economische groei, terwijl de levensomstandigheden van de modale Rus zienderogen achteruitgaan. Terwijl de hoge heren uit Moskou aan culturele invloed probeert te winnen in Trans-Kaukasië en Centraal-Azië, vreten een dalende levensverwachting, een hoog sterftecijfer en beperkte vrijheden aan het moreel van het Russische volk.

Hoewel Poetin culturele autonomie schenkt aan de verschillende etnische groepen, worden westerse waarden als persvrijheid en vrijheid van meningsuiting ernstig met de voeten getreden. Net zoals Venezuela, dat bij het aantreden van de populaire president Chávez plots door een golf van positivisme werd overspoeld, lijkt Rusland zo moeilijk met binnenlandse spanningen om te kunnen gaan nu zwaar bevochten vrijheden afgenomen worden.

De geschiedenis herhaalt zich?

Poetin dient er hier op gewezen te worden dat wanneer niet alleen over het binnenlands beleid, maar ook over de internationale prestaties van de Russische regering vraagtekens rijzen, zijn autoritaire positie mogelijk in gevaar komt. Toen tsaar Nicolaas I een onder de sociale spanningen verdrinkend Rusland verliet om aan het front van de eerste wereldoorlog het moreel van zijn troepen hoog te houden, vormde het militair falen van zijn verzwakte leger de genadeslag voor zijn politieke macht. Hoewel internationale praal binnenlandse spanningen de kop in kan slaan, stelde de tegenovergestelde evolutie in 1917 een einde aan circa 300 jaar Romanov-dynastie. De toekomst zal uitwijzen of de geschiedenis zich opnieuw zal herhalen.

Naar: “Rusland onder Poetin: de Geschiedenis Herhaalt Zich”, Faucompret, 2009.

Francis Fukuyama, "The End of History and the Last Man" (1992)

Francis Fukuyama, "The End of History and the Last Man" (1992)

In 1992 kondigde Francis Fukuyama het einde van de geschiedenis aan, veroorzaakt door het instorten van de Sovjet-Unie en het einde van de Koude Oorlog. Daarmee riep hij de Hegeliaanse filosofie van dialectiek, die de evolutie van internationale politiek reeds lange tijd beïnvloedde, een halt toe. Fukuyama’s theorie wees op de hegemonie van de vrije kapitalistische democratie, die het communisme, haar laatst overgebleven tegenstander, de genadeslag had toegekend bij het vallen van de Berlijnse Muur.

Toen President Gorbatsjov de handdoek in de ring wierp, was het voor de Amerikanen duidelijk in welke richting de wereld zou evolueren. Niets stond een verdere democratisering van de wereld nog in de weg en de ‘Nieuwe Internationale Orde’ van Bush sr. zou onder de Pax Americana niet enkel vrede en voorspoed, maar ook, en vooral, democratie brengen.

De overwinning van het kapitalisme en het verdwijnen van strijdende ideologieën zou leiden tot een groeiende globalisering en een meer homogene wereldstructuur. Een voorbeeld dat deze denkwijze ondersteunt is de afzwakkende invloed van politici  op de economie; een Minister-President van een regio als Vlaanderen kan amper indruk maken op de ‘Captains of industry’ van de grote multinationals, die een steeds grotere macht uitoefenen.

Global Village of Clash of Civilisations?

De blik van Amerika en Fukuyama op de feiten is echter ééndimensionaal en oversimpifieert de zaken. Zo wijst Jowitt* ons er op dat vandaag nog steeds nieuwe regio’s, ideologieën, bewegingen en ideeën ontstaan; deze culturen kunnen in vreedzame coëxistentie leven, zoals de V.S. en de Sovjet-Unie in de zestiger jaren dankzij charismatische beleidsmakers als Kennedy en de Gaulle. Op die manier dient men een ‘Clash of Civilisations’ uit de weg te gaan. Manifestaties hiervan zijn ondermeer terug te vinden in het Palestijns-Israëlisch conflict, maar ook wanneer Filip Dewinter de komst van de sharia in Antwerpen uitschreeuwt, komt deze breekbare samenleving van culturen in gevaar. In het kielzog van Huntington, benadrukt Jowitt* dat het voor de V.S. interessant lijkt een kostbaar machtsevenwicht uit te bouwen, in de vorm van een ‘Balance of Power’, waarin Washington als spil fungeert.

Enig pijnpunt lijkt dat een realistische kijk op de wereld vandaag ons vraagtekens doet opwekken bij deze Amerikaanse sleutelrol. Nadat de V.S. jarenlang op kruistocht trokken om andere, ondemocratische regimes en ideologiën van hun voetstuk te lichten, wijzen politieke en economische analysten de supermacht vandaag op haar kwetsbaarheid voor een nieuwe dreiging uit het Oosten, waar de BRIC-landen de Great Recession op korte termijn wisten neer te slaan en China opnieuw op koers zit om dé supermacht van de 21ste eeuw te worden.

Een Amerikaanse mythe

Plots worden de rollen omgekeerd: reeds halfweg de 19de eeuw noemde de Tocqueville, een door Obama meermaals geciteerd Frans filosoof, Amerika het buitenbeentje. Deze ‘mythe van het  Amerikaans exceptionalisme’, gaf de Amerikanen een optimistische en Hegeliaanse missie mee die hen ertoe brengt de kapitalistische ideologie overal te verspreiden.

Aan de oorsprong van het mislukken van deze kapitalistische diaspora, liggen volgens Jowitt* zowel het Westers individualisme als de gedragscode of ‘impersonal law’ die ontbreekt in beschavingen die niet gegroeid zijn uit de joods-christelijke cultuur. Interculturele verschillen kunnen niet opgelost worden door het ondernemen van ideologisch geïnspireerde kruistochten en nieuwe culturen zullen steeds blijven ontstaan. Daarom is er vandaag, meer dan ooit nood aan een weldoordacht buitenlands beleid, dat niet enkel rekening houdt met de meerdimensionale context van internationale politiek, maar ook met de verschillende binnenlandse dimensies en problemen waarmee landen geconfronteerd worden. Hoe deze interne en externe factoren op elkaar inspelen, is van cruciaal belang bij het uitstippelen van een ‘intermestic policy’ die veralgemeningen ten allen kosten vermijdt.

Obama & Medvedev

Obama and Mevedev in het Kremlin

Terugkeer naar Hegel: dromen van verandering

Met zijn vraag tot hernieuwde samenwerking op de VN-top, lijkt Barack Obama samen met Hilary Clinton het Amerikaanse schip alvast meer in de richting van een ‘Balance of Power’ systeem te sturen, waar de V.S. enkel een leidende rol wensen te spelen op vraag van de internationale gemeenschap. Door samen met Clinton een charme-offensief te lanceren en de wereld rond te reizen, maakte president Obama op kordate wijze een einde aan acht jaar Amerikaans unilateralisme . Dit leidde echter tot wisselend succes en zo blijkt nogmaals dat voor een complex systeem als de huidige internationale samenleving niet één enkele oplossing, waarmee iedereen gebaat is, te voorzien is.

Naar: International Politics in the 21st Century, Kenneth Jowitt, 2007