Hoewel terrorisme een fenomeen is dat mensen sinds het begin der dagen bezighoudt, bestaat hier nog steeds geen sluitende definitie voor. Zolang de VN niet duidelijk bepaalt wat dit begrip inhoudt, wordt het wetenschappelijk onderzoek bemoeilijkt. Dit onderzoek wordt vooral in het Westen gevoerd en moet politici bijstaan in het bestrijden van terreurbewegingen. Deze wetenschappers lijken echter een te zware nadruk te leggen op gebeurtenissen uit de recente geschiedenis en zoeken vooral naar bevestiging van eigen theorieën. Daarnaast wordt aangehaald dat onderzoekers zich meer los moeten kunnen maken van deze gebeurtenissen om als neutraal persoon te kunnen oordelen. Ook verloopt het veldonderzoek naar terrorisme steeds moeilijker, omdat terroristen zich niet meer laten interviewen.
Wel slagen vorsers erin terroristische groeperingen in twee grote categorieën in te delen: klassiek, vaak politiek geïnspireerd, terrorisme en religieus terrorisme. Extreem-links en rechtse politiek geïnspireerde bewegingen pleegden in het verleden reeds vaak aanslagen tegen staatshoofden in de hoop meer autonomie te verkrijgen. Anderzijds wordt religieus terrorisme getypeerd door een erg letterlijke interpretatie van heilige boeken. Deze organisaties worden vertegenwoordigd door een leider die gesteund wordt door een massa volgelingen, die een robotachtige gehoorzaamheid vertonen. Dit lijkt op “brainwashing” te wijzen, maar onderzoek toont aan dat terroristen vaak hoog opgeleid zijn en over ingenieursdiploma’s beschikken. Nieuwe vormen van terrorisme die momenteel opkomen zijn eco- en cyberterrorisme.
Oorzaken van terrorisme
De wereldwijde verspreidheid van de netwerken van religieus terrorisme, gestimuleerd door moderne technologieën als het internet, vormen de keerzijde van de globaliseringsmedaille. Niettemin blijkt dat de verschillende afdelingen van organisaties als Al-Qaeda, een slechts beperkte onderlinge band hebben. Dit islamitisch terrorisme, dat zich afkeert van het Westen en haar moderniteit, veroorzaakt bovendien vooral slachtoffers in moslimlanden. Terrorisme lijkt ook niet onderhevig te zijn aan Westerse motivatietheorieën: ondanks de financiële crisis, slaagt Al-Qaeda er nog steeds in voldoende nieuwe (hoogopgeleide) volgelingen te rekruteren.
Waar Afrika sinds de dekolonisatie overheersd wordt door corrupte heersers, heeft dit proces in vele Arabische landen geleid tot radicalisering en frustraties van een steeds hoger opgeleide bevolking. Voor deze populariteit kunnen verschillende oorzaken aangewezen worden: in eerste instantie worden conflicten extra in de verf gezet. Westerse waarden als vrijheid van meningsuiting zorgen regelmatig voor hoogoplopende spanningen. Zo, onder andere, de vertoning van Fitna, de Islamfilm van Nederlands politicus Wilders, in het Nederlands en Italiaans Parlement. Aan de andere kant wordt toch een “grassroots movement” opgemerkt in Arabische landen als Iran, waar het volk zich in een “Groene Revolutie” verenigde en verzette tegen de overheid in een schreeuw om democratie. Racisme en een achtergestelde economie vormen dieperliggende oorzaken. Om zich te beschermen tegen deze licht ontvlambare en achtergestelde regio’s, besloot Saudi-Arabië in 2003 tot de aanleg van een muur aan de grenzen met Irak en Jemen. Israël trof dezelfde maatregel om aanslagen van Hamas tegen te gaan.
Maatregelen
Deze maatregelen bestrijden echter de symptomen in plaats van de oorzaken. Terroristische groeperingen vertonen, ondanks economische achtergesteldheid en sociale uitsluiting, een sterk vooruitgangsoptimisme. Zo zetten de aanslagen van 9/11 de Bush-administratie ertoe aan de consumptie verder te stimuleren, wat mee leidde tot het uitbreken van de wereldwijde financiële crisis en het definitief verlies van de economische hegemonie aan de Chinese Reus uit het Oosten. Ook in het dagelijks leven zijn de gevolgen van terroristische aanslagen te merken: grenscontroles worden aangescherpt en privacy-wetgeving in de V.S. en het V.K. aangepast om terroristen te snel af te zijn. Hieruit kan men concluderen dat landen als Amerika en Saudi-Arabië zich aanpassen aan deze fundamentalisten, in plaats van omgekeerd, wat deze organisaties verder in de hand werkt.
De strijd tegen terrorisme is er één van lange adem. Hoewel regelmatig berichten de wereld worden ingestuurd over ontbinding, vinden deze bewegingen ook in Europa nog steeds voldoende gelijkgezinden om te blijven bestaan, o.a. in Baskenland en Ierland. Bovendien leerde Amerika, dat sterk geviseerd wordt door islamitisch terrorisme, in het verleden een aantal pijnlijke lessen uit de “assymetric warfare” tegen guerilla-legers en terroristische bewegingen. De behendigheid van deze organisaties staat in schril contrast met het zwaar geschut van het logge, Amerikaanse leger.
Dat het profiel van de gemiddelde terrorist verrassend weinig afwijkt van dat van Jan met de Pet, maakt het voor beleidsmakers nog moeilijker dit fenomeen te bestrijden. Rekruten van terroristische organisaties vertonen dezelfde kenmerken en halen dezelfde motivatie aan als politie-agenten en soldaten. Dit hypothekeert de kansen van een Amerikaans Carrot and Stick Policy in haar “War on Terror”. Bovendien sturen instabiele regionale bondgenoten als Pakistan en Saudi-Arabië vaak tegenstrijdige signalen uit. Enkel Israël vormt in deze regio een immer betrouwbare partner, die dan ook, tot woede van vele terroristische organisaties, steevast door de VS gesteund wordt. Wanneer Iran of Noord-Korea in haar kernprogramma slaagt, kan de vicieuze cirkel van dit ideologisch conflict echter ontsporen en kan deze nieuwe Koude Oorlog desastreuze gevolgen hebben.

Bedankt voor de interessante informatie